Tom Jozak | 25-09-2012
Eigenaar van werelds grootste internetzoekmachine Google heeft aangekondigd dat zij meer dan 200 veranderingen in hun zoekalgoritmes gaan aanbrengen om de goede (lees: legitieme) zoekresultaten te kunnen blijven leveren. Deze veranderingen houden onder meer in dat het aantal verwijderverzoeken vanwege auteursrechtelijke inbreuken voor bepaalde content wordt geteld. Pagina’s die aan het zoekalgoritme voldoen, zullen volgens Google lager worden geplaatst in de zoekresultaten. Speelt Google hier voor de internet-cop of is er meer aan de hand? En wat is het alternatief?
Walter van Holst | 12-01-2012
Vandaag heeft de rechtbank ‘s-Gravenhage uitspraak gedaan in de zaak BREIN tegen internetproviders XS4ALL en Ziggo. Dit na een reeks van eerdere rechtszaken tegen de Zweedse website The Pirate Bay (TPB) die uiteindelijk tot niets hebben geleid. De exploitanten van die website zijn namelijk ondergedoken (wat tot innovatieve proceshandelingen heeft geleid zoals dagvaarding via Facebook en Twitter). In deze laatste zaak heeft BREIN van internetproviders XS4ALL en Ziggo geëist de toegang tot The Pirate Bay te blokkeren. En zoals al breeduit in de media is uitgemeten, heeft BREIN in eerste instantie gelijk gekregen van de rechter. Dit levert een gevaarlijk precedent op, ook voor andere ondernemingen dan ISP’s. Een beknopt commentaar.
Walter van Holst | 06-01-2012
(Eerder verschenen op Computable.nl onder de titel ‘Versimpeling Mozilla licentie vraagt om uitleg’)
De Mozilla Foundation, bekend van onder andere de Firefox webbrowser, heeft een nieuwe versie van haar open source licentie gelanceerd. De Mozilla Public License (MPL) versie 2.0 is een stuk korter dan de vorige versie, maar is ook meer geïnternationaliseerd. Een overzicht van de belangrijkste wijzigingen. Lees meer »
Marina Berghuijs | 16-12-2011
Twee weken geleden deed het Europese Hof van Justitie uitspraak in het geding tussen SABAM (de Belgische evenknie van BUMA STEMRA) tegen Scarlet (een Belgische ISP). De uitspraak was dat het categorisch filteren van internetverkeer in de strijd tegen auteursrechtinbreuken een disproportionele inbreuk op fundamentele rechten zoals vrijheid van ondernemerschap en privacy van gebruikers opleverde. In dit blog een analyse van de gevolgen voor internetdienstverleners.
Marina Berghuijs | 09-07-2010
Docenten worden steeds vaker aangemoedigd om in hun materiaal digitaal ter beschikking te stellen, via e-mail, maar vaak via een eigen portal of electronische leeromgevingen, zoals moodle of blackboard. Op congressen kom ik vaak docenten tegen die opzien tegen het auteursrecht. Ze vragen: “mag ik het wel gebruiken? en “hoe zit het dan met de rechten die erop zitten?”.
Lucie Guibault van het IViR heeft vorig jaar in opdracht van de stuurgroep ‘Stimuleren Gebruik Digitaal Leermateriaal’ onderzoek gedaan naar ‘Auteursrecht en Open leermiddelen‘. Het onderzoek geeft ook voor docenten die graag content ontwikkelen een paar aardige inzichten.
Hieruit blijkt dat de vragen die docenten hebben en de terughoudendheid die zij betrachten ten aanzien van werken van derden niet geheel onterecht is en mogelijk zelfs te verklaren valt. Zij komt nameijk tot de conclusie dat het verspreiden van leermiddelen onder een open content licentie systeem zoals dat van Creative Commons verder juridisch onderzoek vereist. In dit onderzoek behandelt zij tevens belangrijke basisvragen naar eigendom en signaleert zij de knelpunten over de rechtspositie van de auteurs op een gezamenlijk werk. Zij gaat ook in op de vraag over het (elektronisch) hergebruik van bestaand materiaal. Waarbij de rechten en in de praktijk vaak ook contracten die zijn afgesloten voor het gebruik van materialen een belangrijke rol spelen.
Voor het ter beschikking stellen van leermiddelen is het juridisch ook de vraag welke type open content-licentie de meest geschikte is gezien de publieke taak van onderwijsinstellingen, het gebruik van de leermiddelen en het feit dat deze onderwijsinstellingen ook steeds vaker zelf op zoek moeten naar geld en met e-Learning een mogelijkheid hebben een derde/vier/vijfde geldstroom aan te boren. De vraag is ook of dit niet een veel bredere discussie moet opleveren. Wat betekent deze publieke taak en welke consequenties moet dit hebben voor de beschikbaarstelling en voor welke scholen of voor alle scholen? Geldt dat ook voor de overheid? Moet de overheid alle open sourcecodes vrijgegeven? En hoe zit het dan met specificaties van de dienstauto van de premier van Nederland? Met andere woorden: waar ligt de grens?
Wat er ook uit deze discussie komt, een niet te verwaarlozen slotstuk vormt de handhaving van het auteursrecht en in dit geval die van de Creative Commons licentie in het bijzonder.
Guibault signaleert eveneens terecht dat een belangrijk praktisch probleem gelegen is in het gebrek aan auteursrechtelijke basiskennis onder docenten die leermiddelen ontwikkelen. In de praktijk valt het echter niet mee. Leermiddelen ontwikkelen kost tijd en dus geld. Het bevat vaak meerdere elementen, zoals tekst, video, afbeeldingen en vaak een koppeling met een ander gelicenseerd systeem. In het juridisch onderwijs is er vaak een link met een databank van een uitgever, zoals Kluwer die alleen gebruikt mag worden door studenten en medewerkers van de onderwijsinstelling. Juridisch hebben deze elementen gemeen dat het allemaal auteursrecht betreft, maar helaas voor docenten spelen ook vaak contractuele verhoudingen en intern beleid een belangrijke rol. Een cursus inleiding auteursrecht draagt zeker bij, maar volstaat dan niet. Als docent heb je meer inzicht nodig.
Onderwijsinstellingen zullen intern richtlijnen moeten opstellen over hoe men om wil en hoe docenten mogen omgaan met het auteursrecht van de instelling. Vaak zijn deze docenten gewoon in dienst van de onderwijsinstelling. Hoewel men in het academisch onderwijs het auteursrecht op de schrijfsels van het wetenschappelijk personeel nog vindt toebehoren aan de wetenschappers, kan dit bij het hoger beroepsonderwijs wel eens anders uitpakken. De situatie in het wetenschappelijk onderwijs lijkt in die zin meer op een stilzwijgende overeenkomst waarin partijen accepteren dat auteursrecht bij de wetenschappelijk medewerkers ligt dan een uitgemaakte juridische zaak. En ook dat is prima. Het leren moet namelijk op de eerste plaats komen te staan, de techniek en de juridisch context moeten daarbij geen hindernissen gaan vormen. Een eenvoudige uitwisseling van zogenaamde educatieve content tussen de verschillende onderwijsorganisaties kan bijdragen aan beter onderwijs.
Marina Berghuijs | 01-07-2010
Op 1 juli hield Prof. Charles McManis bij het CIER in Utrecht een lezing over ACTA (The Anti-counterfeiting Trade Agreement). Het was een prachtig verhaal, hier een korte impressie.
ACTA is geheim
ACTA is een plurilaterale handelsovereenkomst, die niet onder het toezicht van de WTO tot stand komt en tot doel heeft internationale standaarden voor handhaving van intellectuele eigendomsrechten tot stand te brengen in de strijd tegen namaakgoederen (counterfeit goods) en piraterij (pirated goods). De ACTA gaat verder dan TRIPs. Daar waar het onder toezicht van het WTO opgestelde TRIPs minumum standaarden stelt, wil men bij ACTA specifiekere handhavingsstandaarden formuleren. Het overleg tot nu toe redelijk geheim overleg geinitieerd door de ‘ontwikkelde’ landen, waarbij inmiddels ook Mexico en Marokko zich hebben aangesloten. De Verenigde Staten doen erg hun best de onderhandelingen geheim te houden, wat vrij goed lukt. Canada publiceert iets meer informatie op haar websites.
De Electronic Frontier Foundation (EFF) en Public Knowledge zijn een rechtszaak begonnen over de de geheimhouding begonnen en eisen toegang tot stukken. Ook de Juridische commissie van de Senaat van de Verenigde Staten heeft zijn zorgen hierover geuit. De EFF heeft echter ook al te horen gekregen dat de stukken gekwalificeerd zijn als ‘classified in the interest of national security’, waardoor men zich beraad op de vraag of het nog zin heeft te procederen. In Europa heeft de FFII een klacht ingediend bij de Europese ombudsman over het gebrek aan transparantie rondom ACTA.
Wat zijn de algemene zorgen?
- NGOs maken zich zorgen over grotere handhavingsbevoegheden. Onder andere van douanebeambten bij de landsgrenzen. Gaan laptops, nog meer dan nu, doorzocht worden? Hoe ver moeten de provider straks gaan bij het controleren?
- De tekst zou gaan over ‘commercial interests’, maar uit een in 2007 gelekte brief zou blijken dat de Verenigde Staten verder zouden willen gaan: ‘significant willful infringements without motivation for financial gain to such an extent as to prejudicially affect the copyright owner (e.g., Internet piracy)’
National security
De eerder genoemde classificatie ‘national security’ is bijzonder te noemen. Het kan een afleidingsmanoevre zijn voor willen van meer handhavingsbevoegheden. Maar het is ook goed mogelijk dat er inderdaad een nationaal belang is in het kader van terrorisme bestrijding. De georganiseerde misdaad zou velen miljoenen zo niet miljarden maken door het verhandelen van namaak- en inbreukmakende goederen. Interpol heeft tegen deze beweging al enkele grote operaties uitgevoerd. De handel in deze goederen brengen minder risico met zich met dan de handel in drugs. Het gaat dan niet alleen over luxe namaakgoederen maar ook over medicijnen, zoals anti-malariamiddelen en hormonen. De omvang mag ook groot genoemd worden, 10 % van alle medicijnen zijn namaakgoederen en in sommige aziatische landen kan dit oplopen tot 50%. De WHO denkt dat er in deze wereld $ 32 miljard omgaat en $ 75 miljard in 2010. Ook in andere namaakgoederen en inbreukmakende producten is de handel groot, zo meldt de Rand Corporation dat filmpiraterij een kernonderdeel is geworden van russische mafia. De link tussen intellectuele eigendom en georganiseerde misdaad danwel terrorisme is daarmee niet eens zover gezocht.
Zorgen van een land als Mexico
De piraterij heeft neveneffecten en Mexico ondervindt daar ook de nadelen van. Uit een industrierapport uit 1998 blijkt dat 90% van alle video’s piraterij zijn en 65% van de CD’s. Vele (verhuur)winkels sloten om die reden hun deuren. Mexico behoorde in 2008 tot de acht grootste muziekmarkten ter wereld en valt nu buiten de top 10. De CD-bootleggers hebben zelfs al een eigen awards in het leven geroepen.
Nuancering
De economische en culterele gevolgen worden mogelijk overdreven. De sluiting van de ene markt opent vaak een andere. Het rapport Ups and Downs, uitgevoerd door o.a. het IVIR en SEO laat evenals en rapport van de Harvard universiteit zien dat er ook weer niet overdreven moet worden. Niettemin is de aandacht voor de georganiseerde criminaliteit terecht. Vanwege het besloten karakter is het lastig om in te schatten wat de stand van is. Acta ziet in beginsel op auteursrecht- en merkenrecht gerelateerde rechten. Maar niemand weet waar het eindigd. Ook de strafrechtelijke insteek kan te ver doorschieten. Dus voor ACTA geldt, zoals ook McManis afsloot: stay tuned.
Marina Berghuijs | 05-03-2010
Waar moet het naar toe met de handhaving van auteursrecht op het internet? Moeten er meer handhavingsmechanismen komen of moeten wij meer gedogen?
De discussie over de handhavingsproblemen wat betreft auteursrecht gaat voort. Waar auteurs en hoogleraren als Lessig (Harvard Law School), zich inzetten voor de beperking van auteursrecht op internet met projecten als Creative Commons, lijkt de Europese Raad van Ministers het vooral te zoeken in vergaande maatregelen om de inbreuken op het auteursrecht harder aan te pakken. De Raad heeft onlangs een ontwerp-resolutie gepresenteerd waarin mogelijk de nieuwe contouren voor het beleid van de komende jaren duidelijk wordt. De Raad blijft vasthouden aan het idee dat inbreuk op auteursrechten bestreden moet worden. Om die reden is het min of meer vanzelfsprekend dat er niet meer aandacht is voor het ‘vrije’ internet. En weer iets minder vanzelfsprekend dat de rechten van die internetgebruiker nauwelijks aan bod komen. Het is echter de vraag hoe men uit deze impasse kan komen. De Raad heeft eigenlijk maar twee keuzes: handhaven of niet. De keuze voor gedogen ligt niet bij de Raad, maar bij de rechthebbenden. Niettemin kan zij met bepaalde voornemens of wetgeving wel enige richting geven. Er zijn weinig aanwijzingen dat ‘de EU’ niet voor bescherming kiest. Ook bij de verlenging van de beschermingsduur van naburige rechten had de commissie, op basis van verschillende wetenschappelijke onderzoeken, een gelegitimeerde reden gehad om voor een minder lange bescherming te kiezen en daarmee de bescherming(sduur) te beperken. Dat deed zij niet.
Een keuze voor ‘niet handhaven’ ligt juridisch erg lastig. Wij hebben ons met bijna heel de wereld verbonden aan de Berner Conventie en talloze andere verdragen die ons verplichten een dergelijke bescherming te bieden en om die reden ook tot handhaving over te gaan. Aansturen op gedogen lijkt dan de enige andere oplossing. Er is overigens wel een meer principele reden te bedenken om mee te gaan met de ‘vrijheid’ van Lessig. Wanneer wij uitgaan van het principe van de auteurswet, kortweg een balans tussen toegang tot werken (informatie) en de rechten van de maker van die werken, dan kan men zich afvragen of deze balans in de huidige maatschappelijke verhoudingen nog wel de goede is. Als er inderdaad (meer) behoefte is aan het delen van werken op internet en de wet een afspiegeling is van de ‘wil van het volk’ dan zou dat een motief kunnen zijn om opnieuw naar de wet te kijken. Wat overigens niet per se hoeft te betekenen dat de wet gewijzigd dient te worden. Mogelijk moet de wetgever opnieuw nadenken over de doelstelling van de wet. Over de wenselijkheid van bescherming waren de meningen immers bij het invoeren van de auteurswet in 1912 al verdeeld. Men zou zelfs kunnen stellen dat ook toen de aangegane verplichtingen door middel van verdragen al van doorslaggevend belang zijn geweest. Het idee dat zonder auteursrecht de wereld er anders uit zou zien is bij voorbaat natuurlijk waar, maar de vraag is of die er slechter uit zou zien en voor wie dan.
De vraag blijft, waar wij als samenleving beter mee gediend zijn. Mogelijk berust het idee achter de auteurswet op dezelfde mythe als die van de bonussen van grote bankiers. Ook daar was het idee dat als zij die bonus (bescherming) niet zouden krijgen, de grote jongens weg zouden gaan. In het auteursrecht lijkt dezelfde gedachte te bestaan: als er geen bescherming is, dan worden er geen of in elk geval veel minder werken gemaakt. Deze uitgangspunten verdienen nader onderzoek. Daar zou niet alleen onderzoek naar moeten worden gedaan, maar ‘de EU’ zou daar ook naar moeten luisteren. Indien er besloten wordt om toch streng te gaan handhaven, dan is het van belang dat wij enige proportionaliteit behouden bij de handhaving en dat roept de vraag op waar de handhaving zich op moet richten: de individuele burger of de websites die geld verdienen aan de illegale verspreiding. Want ook deze websites faciliteren de verspreiding vaak niet vanwege het fundamentele recht op informatievrijheid, maar eerder, net als industrie, vanwege zakelijke motieven. De samenleving verandert en dat op zichzelf is een reden om de huidige auteurswet eens tegen het licht te houden.
Marina Berghuijs | 05-03-2010
Het probleem van het handhavingstekort in het auteursrecht wordt door verschillende landen anders benaderd. De EU, Nederland en andere lidstaten denken na over of hebben allemaal een andere wetstechnische oplossing bedacht voor dit probleem.
De Europese Raad van Ministers stelt in haar onlangs gepresenteerde ontwerp-resolutie onder meer dat de onderhandelingen over ACTA gaande zijn en dat de Commissie en lidstaten aangespoord worden om verdragen te sluiten die intellectuele eigendom verder beschermen. De Raad lijkt hiermee in elk geval niet tegen de geheime onderhandelingen over ACTA. Dat verdrag is er nog niet, maar zal een grote rol gaan spelen bij de beleidscontouren van de EU en de deelnemende lidstaten.
De Raad herhaalt in paragraaf 18 het inmiddels bekende idee dat auteursrechtinbreuk op internet het ontstaan van legale alternatieven zou beperken. Hiermee lijkt de Raad vast te houden aan pogingen om de auteursrecht inbreuken eerst te willen beëindigen voordat er legale alternatieven hoeven te komen. Dit terwijl het Nederlandse beleid er juist op gericht lijkt te zijn, gezien de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie Gerkens, om pas tot strengere handhaving over te gaan nadat er legale alternatieven ontwikkeld zijn. Dit lijkt ook de meest aangewezen weg. Ook de industrie moet bijdragen aan nieuwe wegen, in plaats van enkel de vraag te stellen of er meer kan worden gehandhaafd.
Inmiddels is er in opdracht van het WODC door het CIER een inventariserend onderzoek verricht naar de regelingen en initiatieven voor de aanpak van illegale filesharing in Duitsland, Frankrijk en Engeland. “In Duitsland is gekozen voor een overwegend strafrechtelijke aanpak van filesharing. Het Franse regime voorziet in de oprichting van een nieuw administratief orgaan dat met een nieuwe sanctiebevoegdheid wordt bekleed. In Engeland stelt de regering een aanpak voor van een combinatie van nieuwe door ISP’s op te leggen sancties enerzijds, en een civielrechtelijke aanpak anderzijds, waarbij de afgifte van data voor civiele procedures wordt vereenvoudigd. In de eerste twee gevallen wordt filesharing aangemerkt als een probleem van een meer maatschappelijke aard, wat zich uit in een sterkere overheidsbetrokkenheid en duidelijke sancties. In het Britse regime ligt de nadruk op het private karakter van filesharing zonder toestemming van de rechthebbenden. Nadruk ligt op het civiele geschil, dat beslecht kan worden met verbodsacties of vorderingen tot schadevergoeding.”
Ook uit dit onderzoek blijkt dat ‘de bekende’ problemen blijven bestaan. Data en databescherming blijft problematisch. Afgifte van data door ISP’s in civiele danwel strafrechtelijke of administratiefrechtelijke procedures behoort hierbij in de verschillende landen wel uitdrukkelijk tot de mogelijkheden. Deze problemen worden nogmaals bevestigd in een onderzoek van Europese Commissie over de bescherming van privacy in verhouding tot de online handhaving van auteursrecht. Daarnaast is het onduidelijk of filesharing juridisch gezien wel altijd illegaal is. Soms is de wettelijke bepaling techniek-afhankelijk waardoor het niet illegaal is en soms is de verspreiding op zichzelf niet illegaal, bijvoorbeeld omdat er op de content zelf geen auteursrecht op rust. Tenslotte, en dat is mogelijk het belangrijkste in dit opzicht: een sanctieregime kan niet op zichzelf staan, alle onderzochte landen benadrukken dit. De industrie zal met exploitatiemodellen moeten komen, zodat internetgebruikers kunnen worden voorzien in hun behoefte aan online beschikbare media.
Het lijkt er op dat de Raad en de lidstaten het eens zijn over de vraag dat er iets moet gebeuren met de handhaving van auteursrecht. Over de manier waarop die handhaving uitgevoerd moet worden, verschillen de meningen nogal. Een strafrechtelijke danwel civiele aanpak kan voor de rechtsbescherming van de burger een verschil maken. Al zal dat in de praktijk ook afhangen van de vraag hoe men de verschillende handhavingsmechanismen in zal zetten. De discussie zal meer toe moeten naar de basis, de ratio achter de wetgeving: waarom hebben wij die auteursrechtelijke regelingen en welke rol zou de huidige maatschappelijke ‘online’ ontwikkeling en de daarmee gepaard gaande informatievrijheid en uitwisseling van informatie daarin moeten spelen?
Regelt IT. Al 20 jaar!
Stavorenweg 4
Postbus 514
2800 AM Gouda
T 0182 573 211
E info@mitopics.nl