Web 2.0

Gratis informatie verstrekken, de nieuwe toekomst?

| 01-07-2010

Hoe zal de informatievoorziening eruit zien over vijf  tot tien jaar? Het internet biedt steeds meer informatie. Wikipedia doet het goed, veel mensen schrijven mee en de kans op fouten is even groot als bij een encyclopedie die door een uitgever is uitgegeven. Volgens Nature is Wikipedia vrijwel even betrouwbaar als de Encyclopædia Britannica.

In de nabije toekomst zal steeds meer informatie online beschikbaar komen. Deze informatie is van een steeds hoger kwaliteitsniveau. Professionals zullen zich in de toekomst nog verder online gaan verenigen, soms met businessmodellen erachter van digitale uitgevers of ondernemingen die gratis informatie als businessmodel hebben en in sommige gevallen zullen het particuliere initiatieven blijven.

Een goed voorbeeld van een beroepsgroep die zich op internet heeft verzameld is, toevalligerwijs, is de beroepsgroep die zich bezighoudt met het intellectuele eigendomsrecht. Waar je vroeger nog wel iets over merkenrecht kon vinden op het internet kun je nu nagenoeg alle relevante en actuele informatie over intellectueel eigendomsrecht vinden op één website,boek 9. Deze website is gratis toegankelijk en dus voor iedereen te raadplegen. De betrouwbaarheid van de website wordt verhoogd doordat bijna de hele beroepsgroep de website up to date houdt door middel van berichten over allerlei relevante ontwikkelingen. Voor de beroepsgroep is het niet alleen een inhoudelijk interessante website maar zal het op termijn ook in staat zijn bestaande juridische databanken te vervangen, omdat de website zelf ook een archief opbouwt.

Initiatieven als boek9 vragen verandering van de meer traditionele uitgeverijen. Aan de andere kant zien wij ook datprojecten die als particuliere, kleine initiatieven zijn begonnen, later betaalde sites worden. Vaak met als argument dat de kosten te hoog zijn geworden. Men kan zich daarbij ook de vraag stellen of deze websites vanaf het begin al gebaseerd waren op een businessmodel waarbij de gebruiker eerst gratis toegang krijgt en de gebruiker na een gewenningsperiode moet betalen voor dezelfde dienst of dat het inderdaad een kwestie is van vergoeding voor hosting en ontwikkelingskosten. Inzicht of verantwoording zal vooral in het laatste geval voor duidelijkheid zorgen. Iemand met een businessmodel zal deze toelichting niet snel geven. Het ontwikkelen en vullen van websites kosten ontegenzeggelijk op de een of andere manier geld en dat moet ergens vandaan komen.

Achter boek9 zit een digitale uitgever, maar er zijn ook mensen die van mening zijn dat er geld te verdienen valt met het gratis weggeven van producten. Onder anderen Chris Anderson’s schreef er een boek over: Free: The Future of a Radical Price. Doug Cornelius probeerde dit in een artikel verder toe te passen op een advocatenkantoor. Het zijn interessante ontwikkelingen, zeker nu mensen zelf zaken gaan toevoegen aan het publieke domein, zoals bijvoorbeeld Wikipedia. Hierdoor krijgt ook de discussie over auteursrecht een nieuwe wending.

De auteurechtrichtlijn bevat momenteel geen beperking die het gebruik van bestaande, door het auteursrecht beschermde inhoud toestaat voor het maken van nieuwe of afgeleide werken. Er werd al verzocht om een beperking te aanvaarden voor transformatieve, door de gebruiker gemaakte inhoud. Deze materie houdt ook de Europese Commissie bezig, zoals blijkt uit het laatste groenboek, Auteursrecht in de kenniseconomie.

Doordat steeds meer informatie gratis ter beschikking komt lijken een aantal traditionele bedrijven het moeilijk te gaan krijgen, zoals kranten of uitgevers. Daar zit een keerzijde aan. Wat betekent dat voor de echte kritische journalistiek? Steeds vaker duiken berichten op dat media misleid zijn, vaak doordat de bronnen niet worden gecontroleerd. Recent overkwam dat het AD nog. Betrouwbaarheid van informatie zal steeds vaker samenhangen met bestaande kennis. Veel websites of blogs nemen berichten van elkaar over en vaak zijn bronnen lastig te achterhalen. “Zo wijst onderzoek vaak uit….” Welk onderzoek, door wie, waar kan ik het vinden? Die informatie staat er vaak niet bij.

De toegankelijkheid van informatie is door het internet verbeterd, maar voor een indicatie van de kwaliteit heeft men steeds meer betrouwbare kennis en tijd nodig. Kranten en andere media zoeken nu naar nieuwe businessmodellen en de New York Times wil als eerste grote media-onderneming hun informatie achter gesloten deuren gaan plaatsen.. Betrouwbare media kunnen om die reden nog best eens succesvol zijn met informatie achter gesloten deuren. Voor algemene informatie en kleine nieuwsberichten zijn blogs en nieuwswebsite voldoende, voor een stap verder moeten wij naar …? Zegt u het maar.

Onderwijs en kennismanagement zullen steeds belangrijker worden, want iedereen heeft (basis)kennis nodig om de gevonden informatie een plaats te kunnen geven en er het maximale uit te kunnen halen. De mensheid beschikt over steeds meer informatie en het internet heeft informatie steeds toegankelijker gemaakt, maar in hoeverre ons dat professioneel verder heeft gebracht en in hoeverre het onze kennis heeft verrijkt blijft de vraag. Informatie opzoeken is nu al heel goed te doen, maar toepassen op de eigen situatie met veel variabelen vereist andere competenties. De vraag naar kennis en ontwikkeling stimuleert in elk geval ook de vraag naar goed opgeleide en gespecialiseerde professionals die informatie om kunnen zetten in kennis en van daaruit in toegevoegde waarde voor organisaties.

Gaat E-learning ook de commerciele trainingen op locaties vervangen?

| 01-07-2010

Een meta-analyse van alle E-learning onderzoeken gehouden tussen 1996 en 2008 wijst uit dat ”on average, students in online learning conditions performed better than those receiving face-to-face instruction.” Uit dit rapport komt onder meer naar voren dat met online leren betere resultaten werden gehaald, onder meer omdat het online aanbieden van lesstof meer aansluit bij de individuele leerbehoefte van de leerling dan mogelijk zou zijn in een klaslokaal. Het online leren werd als leerzaam en prettig ervaren. 
Deze onderzoeken zijn niet alleen gedaan onder kinderen, maar ook onder studenten en in andere onderwijssettingen zoals medische of militaire trainingen.

In een artikel in de New York Times spreekt Philip R. Regier, decaan van de Arizona State University’s Online and Extended Campus Program, de verwachting uit dat de 5000 studenten die daar nu studeren zowel online als in klassen, in de komende drie tot vijf jaar kunnen verdrievoudigen en dat die groei voornamelijk zal komen door een online aanbod.

Veel onderwijsinstellingen gebruiken nu leermanagementsystemen als Blackboard, Teletop of open source varianten als Moodle, Sakai of Dokeos. Op dit moment worden deze systemen vooral ingezet voor het beheer van roosters en aanbieden van documenten. Moodle voegt in haar nieuwe versie al steeds meer social media tools, zoals chat, fora en blogs toe. Sociale netwerken spelen ook een steeds belangrijkere rol bij het leren. Studenten leggen elkaar steeds meer zelf uit, na de basis ergens anders te hebben opgedaan.

De nieuwe generatie zal steeds meer behoefte hebben aan snelle (kennis-) uitwisseling met elkaar. Bij organisaties als IBM, Capgemini en Shell zijn ook experimenten gedaan met dergelijke tools, vanuit de gedachte dat mensen vast wel iemand kennen die kan bijdragen aan het oplossen van een ontstaan probleem, binnen of buiten de (internationale) onderneming (in zg. communities of practice). Bij het doorlezen van de meta-analyse en het eerder genoemde artikel vroeg ik mij af in hoeverre dit in de toekomst ook niet zal gaan gelden voor trainingen. Gaan mensen in de toekomst niet ook, of nog alleen een online trainingaanbod verlangen. Zouden wij over vijf jaar allemaal online trainingen volgen of voegt de technologie alleen iets toe en zoals Mr. Regier zei. “People are correct when they say online education will take things out the classroom. But they are wrong, I think, when they assume it will make learning an independent, personal activity. Learning has to occur in a community.”

Persoonlijk geloof ik vooral in E-learning voor basismateriaal en voor specifieke cursussen. Inleidende cursussen kunnen heel goed in E-learningmodules ter beschikking worden gesteld. De kennis is dan altijd snel toegankelijk en het geeft docenten de mogelijkheid een bepaalde basiskennis te delen.

Veel mensen vinden fysiek onderwijs in kleine groepen nog prettig. Dergelijke bijeenkomsten zijn vaak nog de manier om met nieuwe collega’s te leren kennen of om bij te praten. Het sociale aspect moet niet onderschat worden. Zo hoorde ik ook van een advocatenkantoor, zij waren afgestapt van videoconferencing, omdat klanten minder open waren. Het was immers niet te controleren wie er mee keek of luisterde. De gesprekken op de gang werden vooral gebruikt om zinvolle details toe te voegen.

Voorlopig, maar het kan zeker met generaties veranderen, zorgt klassikaal onderwijs voor een sociale interactie die nog veel gewaardeerd wordt. Een aantal specifieke cursussen kunnen prima worden voorbereid met behulp van E-learning. De combinatie van verschillende vormen van leren (klassikaal met colleges of lezingen, E-learning, probleemoplossend in workshopvorm, etc.), het zg. blended learning, is al vaak succesvol gebleken.

Hoewel in beginsel E-learning altijd zou kunnen worden toegepast is de open interactie en daarmee de wens van de cursisten van groot belang. Het kan een kwestie zijn van tijd. De twittergeneratie zal anders denken over het sociale karakter van E-learning en hier mogelijk geen bezwaren in zien. Aan de andere kant is het maar de vraag hoeveel mensen nu eigenlijk actief gebruik maken van dergelijke social media en hoe deze groep deze E-learning aankijkt.

Reisrevue: een terug- en vooruitblik op ICT in de reisbranche

| 23-04-2010

Auteur: Jan Ensink

Een kort artikel over hoe ICT zich in de reisbranche ontwikkelt. Met aandacht voor web 2.0 , de wijze waarop basissystemen met deze ontwikkelingen om dienen te gaan. Verschenen in de Reisrevue in januari 2010.

Download het artikel hier (.pdf).

Effecten van sociale netwerken

| 18-06-2009

Sociale netwerken kunnen zowel positief als negatief bijdragen aan de beeldvorming van bedrijven en producten. Een moment de tijd nemen om daar even over na te denken is misschien zo gek nog niet.

Twitter was afgelopen week veel in het nieuws. Doordat andere websites en media door de regering waren geblokkeerd werd Twitter één van de belangrijkste communicatiemiddelen in Iran. Een ander opmerkelijk bericht via Molblog,  was dat men via Twitter de ‘laagsteprijsgarantie-actie’ van Albert Heijn tegenwerkte. Op het blog citeert men Carlo Hagemann, docent communicatiewetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen, die denkt dat Albert Heijn de ‘mobiliserende capaciteit van internetfora zoals Geenstijl en Twitter onderschat”. Ook buiten de mogelijkheden van Twitter ontstond er een ‘sport’ om elders goedkopere producten te vinden. Zo hadden een aantal studenten elders goedkoper bier gevonden, en incasseerden op die manier bij de Albert Heijn vele kratten gratis bier. De regels van de actie zijn inmiddels aangepast.

Het internet biedt mensen niet alleen de mogelijkheid om zich snel te organiseren, maar ook om hun buit te tonen en daarmee de ‘onderlinge concurrentie’ te vergroten. Dergelijke organisatie- en communicatiestromen vormen een niet te onderschatten element bij het bedenken van acties en het positioneren van producten. Ook verloopt veel communicatie via sociale netwerksites, zoals Hyves. Individuen kunnen zich daar uitlaten op hun persoonlijke pagina, maar inmiddels zijn er ook grote bedrijfshyves waar medewerkers zich bij aansluiten (almanak). Sommige bedrijven stimuleren hun personeel gebruik te maken van deze pagina’s, terwijl anderen niet eens weten dat ze bestaan. Het is soms ook een ondoorzichtige wereld. Zo blijkt Corus opmerkelijk actief op Hyves, maar blijken deze pagina’s volgens het vakblad Communicatie te zijn opgezet door ene Linda die zichzelf op LinkedIn een ‘social network specialist’ noemt en bij Corus onbekend is.

Het internet biedt kansen en bedreigingen, en de sociale en zakelijke netwerken geven veel inzicht in de ondernemingen en hun medewerkers. Dit kan invloed hebben op de beslissingen van bijvoorbeeld klanten en sollicitanten. Hyves blijkt lastiger te doorgronden omdat google niet alles van deze website indexeert. Er is een nieuwe wereld ontstaan binnen deze netwerken. Het lijkt in elk geval aan te raden om eens stil te staan bij de invloed van dergelijke netwerkpagina’s. Al was het maar om een beter beeld te krijgen van het profiel dat de onderneming op het internet achterlaat. In elk geval zijn er weer nieuwe diensten geboren: van communicatie tot onderhoud!

Social media als nieuwsvergaring en kostenbesparing? Mitopics op en over Twitter!

| 01-04-2009

Met de opkomst van Twitter als een nieuwe vorm van informatie delen bestaat bij de meeste niet-gebruikers nog het beeld dat men op de hoogte wordt gesteld van wat men zoal doet aan dagelijkse zaken. “Ik ga nu lunchen” bijvoorbeeld. Inmiddels bestaan er vele mogelijkheden om social media als Twitter op een efficiënte en doelgerichte manier te gebruiken als bron voor informatievergaring, zowel privé als zakelijk, als op het gebied van marketing, ‘customer intimacy’ en recruitment .

Onlangs verscheen een bericht over de verschillende soorten twitteraars (gebruikers van twitter) die er momenteel bestaan. Uiteraard staan de hierboven genoemde stereotypen promiment in de lijst. Maar daarnaast bestaan er ook verschillende soorten gebruikers die het nieuws en de ontwikkelingen op bepaalde gebieden goed volgen en daar berichten over plaatsen. Deze gebruikers, nieuwsdiensten , kabinetsleden of topmanagers kun je besluiten te gaan volgen en zo op de hoogte blijven van zaken. Je zou bijvoorbeeld kunnen gaan zoeken wie veel gevolgd wordt op bijvoorbeeld het gebied van open source , of wie veel wordt aangeraden. Wellicht dat je vrienden nog interessante bronnen bevatten. Of je zoekt op steekwoorden in de tweets (de berichten op Twitter, 140 tekens groot).

Twitter is niet alleen een medium voor informatievergaring, het is ook een medium waarin makkelijker, beter en goedkoper contacten met (toekomstige) klanten (zie eerder blogartikel van een collega) of nieuw personeel worden gemaakt door bedrijven. Wat mij persoonlijk enthousiast maakte, is dat je als je een goede vraag stelt aan een expert op een bepaald gebied, je een vrij grote kans hebt dat je (direct) een bruikbaar antwoord terug krijgt. Zie dat maar met zo weinig moeite eens voor elkaar te krijgen in de ‘gewone’ wereld.

Niet iedereen is overtuigd van Twitter: enkele argumenten zijn dat het de hele dag ruis oplevert en tweets onvoldoende zijn om echte ‘vrienden’ te onderhouden. Veel mensen zien er echter wél een krachtig concept in: een korte maar krachtige boodschap, een persoonlijke tint aan de berichten, een API die innovatieve diensten er om heen creëert en omdat het realtime, de meeste snelle nieuwsvergaring is.

Mocht je interesse nog niet weggeëbt zijn, hier zijn wat bruikbare links om mee te starten: hoe kun je invulling geven aan Twitter en hoe je stapsgewijs begint.

Mitopics is inmiddels ook te vinden op Twitter en wel op de volgende plek: http://www.twitter.com/mitopics

Regelt IT. Al > 20 jaar!

Stavorenweg 4
Postbus 514
2800 AM Gouda
T 0182 573 211
E info@mitopics.nl

RSS feed
Sitemap
Disclaimer
Cookies

Uitgelichte topics