Over de onkunde van rechters in ICT-geschillen

Over IT wordt zelden geprocedeerd en als er over geprocedeerd wordt is het resultaat zelden bevredigend. Zo ook in de zaak van de VVD tegen haar leverancier van een extranet. Een op zich niet heel verrassende uitspraak van de rechter, maar wel een interessante illustratie waarom algemene voorwaarden, of ze nu door leverende of een inkopende partij gehanteerd worden, niet ongelezen dienen te blijven. De leverancier had namelijk zijn aansprakelijkheid beperkt in de door hem gehanteerde algemene voorwaarden tot maximaal tien procent van de contractswaarde. Zulke gortige aansprakelijkheidsbepalingen lees je niet iedere dag, maar toch had de afnemer deze bedingen aanvaard door ondertekening van de overeenkomst.

De rechtbank zag afnemer als een professioneel handelende partij. Dit kwam mede door ondersteuning van de VVD door een professionele partij bij de aankoop van het extranet. Het gevolg was dat een beroep op redelijkheid en billijkheid niet werd toegekend. De rechtbank heeft met dit oordeel in lijn met de gangbare jurisprudentie geoordeeld. Wel interessant is het feit dat, ondanks dat in dezelfde algemene voorwaarden was bepaald dat bij gebrekkige levering altijd een hersteltermijn van dertig dagen gegund diende te worden, dit door het gebruik van het woord ‘allerlaatste mogelijkheid’ in de correspondentie tussen partijen over leverdata een andere hersteltermijn is gaan gelden. De rechtbank erkent hiermee dat op betrekkelijk impliciete wijze een fatale termijn geïntroduceerd kan worden in het contract door middel van reguliere projectcorrespondentie. Geen oordeel wat onrechtvaardig overkomt, maar wel één om in gedachten te houden bij het voeren van correspondenties over projecttermijnen.

Het andere opmerkelijke aan deze uitspraak is de reacties die in Webwereld op deze uitspraak zijn gekomen. In Webwereld is een soort polemiek ontstaan tussen Dirkzwager Advocaten en ICT~Office. Waarbij de eerste uithaalt naar onder andere de ICT~Office voorwaarden (die in dit geding geen rol speelden, maar inderdaad zeer onevenwichtig zijn) en de ICT~Office boude uitspraken over de rechtspraak in Nederland doet. Althans, een uitspraak als

“de rechter in Nederland is tot op de dag van vandaag niet in staat gebleken een antwoord te geven op elementaire juridische basisvragen die in de ict spelen. Dat geeft te denken. De rechters in Nederland snappen niet zo veel van ict.”

is vrij stevig. Deze uitspraak behoeft wat nuancering. Het is absoluut waar dat het niet de voorkeur verdient om met een ICT-geschil naar de rechter te gaan, om de eenvoudige reden dat het gemiddelde ICT-geschil een langslepend geschil betreft met een verhoudingsgewijs complex procesdossier. Daarnaast staat de techniek ver weg van de belevingswereld van de rechter, die daarom niet zelden naar het middel van een (kostbaar) deskundigenbericht grijpt. Verder is een ICT-geschil niet zelden de culminatie van een langdurig project waarin de nodige fouten van beide partijen aan te wijzen zijn. Dat maakt het onvoorspelbaar wat de rechter zal oordelen, beide partijen hebben vrijwel altijd een zekere mate van boter op hun hoofd.

ICT~Office verwijt in de discussie wel heel gemakkelijk opdrachtgevers hun rol niet goed vervullen. De ICT~Office voorwaarden bieden namelijk geen enkele prikkel aan leveranciers om hun opdrachtgevers op meer professionele wijze tegemoet te treden. Als het fout gaat, gaat de rekening immers naar opdrachtgever, dus waarom zou je nee zeggen? Bij leveranciersselecties hebben we het hoogst zelden meegemaakt dat een leverancier aangaf een bepaald traject als onhaalbaar te achten, ook als het desbetreffende traject zeer ambitieus was en voor desbetreffende leverancier mogelijk zelfs te ambitieus was. Leveranciers plegen gedurende een project in de praktijk evenmin een afnemer te informeren van de impact van door de afnemer gewenste wijzigingen. ICT~Office zou als branchevereniging een positieve rol kunnen spelen in de professionalisering van de Nederlandse ICT-sector, maar pakt die rol bij lange na niet in die mate op als zou kunnen. Sterker nog, door voorwaarden die eenzijdig in het voordeel van leveranciers zijn voor te staan institutionaliseert ICT~Office het gebrek aan professsionaliteit in de Nederlandse ICT-sector. Wat geen positieve bijdrage levert aan het opdrachtgeverschap, want zoals accountmanagers van leveranciers mij altijd bij contractsonderhandelingen vertellen is een ICT-project toch vooral iets wat je samen doet.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.